Arts assitent Martijn Nievelstein is in gesprek op de kinderafdeling.

Mijn eerste keer: reanimeren. Ik voelde de spanning in mijn hele lijf

Hij had er vaak op getraind en wist in theorie precies hoe hij een pasgeboren baby moest beademen. Maar toen er op een avond een baby werd binnengebracht die niet zelf ademende, sloeg de spanning toe. Martijn Nievelstein, arts-assistent op de afdeling Kindergeneeskunde, beademde vorig jaar voor het eerst een pasgeboren kind. 

Als een pasgeboren baby niet meteen huilt, moet er razendsnel ingegrepen worden. In dat geval zet de arts vaak een 'kapje' op het kind. Dat geeft druk op de longetjes, in de hoop dat die opengaan en de baby vrij gaat ademen. "In mijn 10 maanden als arts-assistent had ik dat nog niet meegemaakt", zegt Martijn. "Ik had het vaak geoefend op een pop en ik baalde een beetje dat ik het nog nooit in een echte situatie had kunnen doen. Dat klinkt misschien gek, maar deze handelingen horen bij mijn werk en ik wil er graag handigheid in krijgen."

Code rood

Op een avond had Martijn nachtdienst. Het was druk geweest op de afdeling en de kinderarts wilde net even gaan slapen. Martijn was nog bezig op de spoedafdeling toen de kinderarts gebeld werd: er komt een code rood sectio aan. Een moeder moest met spoed een keizersnede ondergaan, want de hartactiviteit van de baby was niet goed. De kans was groot dat de baby na de keizersnede acute hulp nodig zou hebben. "Ik wist: nu kan het gaan gebeuren", vertelt Martijn. "Samen met de kinderarts liep ik naar de operatiekamer en ik vertelde haar dat ik het spannend vond. Het zou mogelijk mijn eerste keer beademen van een pasgeboren baby worden. Toen zei ze: 'dat snap ik, maar die spanning blijft altijd. Die voel ik zelf ook nog elke keer.'" 

Hyperfocus

Martijn, de kinderarts en de verpleegkundige verdeelden snel de taken. Martijn zou zich richten op het vrijmaken van de luchtweg van de baby. "We moesten even wachten op de baby, want die werd in een andere operatiekamer gehaald", zegt hij. De kraamverpleegkundige bracht de baby zo snel mogelijk naar ons toe. Het kind was slap, bleek en ademende niet. Op dat moment kwam ik in een soort hyperfocus. Ik plaatste het kapje op de baby en begon met beademen. Je moet daarbij hardop tellen en dat vergat ik door de spanning nog even. Ik bleef rustig, maar de adrenaline schoot door mijn lijf. We bleven beademen en de kinderarts hoorde hoe de trage hartslag van de baby steeds sneller werd. Na enkele minuten ging het kind zelf ademen en wisten we dat hij het ging redden. Hij knapte zo snel op, dat hij de volgende dag met zijn ouders naar huis mocht."

Verschil

Martijn kon opgelucht ademhalen. "De kinderarts zei: 'Martijn, je hebt het echt het verschil gemaakt. Zonder de beademingen had het kindje het niet gered'. Dat was natuurlijk mooi om te horen. Voor mij was het bovendien een bevestiging dat ik het werk in de vingers heb en dat ik ook in zo'n spannende situatie weet wat ik moet doen. Ik kijk er dan ook met een goed gevoel op terug. Ik heb het sindsdien niet meer meegemaakt, maar ik heb het vertrouwen dat ik het de volgende keer ook weer goed aanpak. Al zal ik die adrenaline altijd wel blijven voelen en dat hoort ook zo. Want juist dan houdt je scherp." 

Datum

15 mei 2026

scroll terug naar boven