Lichamelijke inspanning bij gebruik insulinepomp
Drie factoren voor stabielere bloedglucosewaarden.
Een goede voorbereiding is belangrijk voor het sporten en bewegen met diabetes. In die voorbereiding heb je zelf de regie. Je kunt op drie factoren invloed uitoefenen.
Dit zijn : de activiteit, actieve insuline en voeding. Als je begrijpt hoe deze 3 factoren werken, wordt het sporten en bewegen makkelijker en leuker.
De activiteit
We maken onderscheid tussen drie soorten activiteiten:
- Duursport: denk aan wandelen, hardlopen of fietsen. Duursporten laten je bloedglucosewaarde meestal dalen.
- Krachtsport: denk aan gewichtheffen, sprinten of intervaltraining. Deze sporten kunnen je bloedglucosewaarde tijdelijk verhogen.
- Combinatiesport: denk aan voetbal, hockey of tennis. Bij deze sporten kan je bloedglucosewaarde zowel stijgen als dalen.
Bepaal jouw activiteit en tactiek
Je kunt verschillende activiteiten uitproberen om te zien wat je leuk vindt en wat het effect is op je bloedglucosewaarden. Als je bijvoorbeeld snel een hypo (te lage bloedglucosewaarde) krijgt, kan het helpen om je meer te richten op kracht- of combinatiesporten.
Voor sommige mensen werkt het ook om eerst krachtoefeningen te doen voordat je duursport doet. Of om na het duursporten een korte sprint te trekken. Beide opties kunnen helpen om een hypo te voorkomen. Maar let op: dit is niet voor iedereen een oplossing en kan in sommige gevallen gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld wanneer je bloedglucosewaarde al redelijk laag is. Overleg dus eerst goed met je zorgverlener voordat je dit probeert.
Actieve insuline
Wat is actieve insuline?
Actieve insuline is de totale hoeveelheid langwerkende of basale insuline én kortwerkende of bolusinsuline die in je lichaam werkzaam is. Het wordt ook wel Insulin on Board (IOB) genoemd. Sporten of bewegen met te veel actieve insuline vergroot de kans op een hypo, zeker bij duursport. Aan de andere kant is sporten zonder actieve insuline erg gevaarlijk. Let op: overleg altijd met je zorgverlener voordat je aanpassingen doet. Dit geldt voor alle onderstaande manieren voor het beheren van je actieve insuline. Hieronder vertellen we je meer over de verschillende manieren waarop je actieve insuline kunt beheren.
Manier 1: timing van je insuline
De meeste kortwerkende insuline of bolusinsuline werkt het krachtigst 1 tot 3 uur na het toedienen. Dat noemen we de piekfase. Er is dan veel actieve insuline in je lichaam. Ga je in de piekfase sporten of bewegen, dan heb je een grotere kans op een hypo, met name bij duursport. Als je het zo kan plannen, is het dus beter om 3 uur of langer na je laatste maaltijdinsuline of bolus insuline te gaan sporten of bewegen. De insuline is dan nog niet uitgewerkt, maar de kans op een hypo wordt wel kleiner. Je kan ook ’s ochtends voor je ontbijt gaan sporten of bewegen. Let op: verdiep je in de specifieke werking van het soort insuline dat jij gebruikt. Als je weet wanneer de insuline in de begin-, piek- of eindfase is, kun je hier beter rekening mee houden.
Manier 2: verlaag je maaltijd insuline of bolus insuline
Het is misschien niet altijd mogelijk om het sporten of bewegen te timen buiten je maaltijden om. Als je binnen 3 uur na een maaltijd gaat sporten of bewegen, kun je je maaltijdinsuline of bolusinsuline verlagen. Dit zorgt ervoor dat je minder actieve insuline in je lichaam hebt wanner je begint. Met hoeveel procent je moet verlagen, hangt af van welke soort sport je gaat doen en van de duur en de intensiteit van je activiteit. Duursport en lange, zware trainingen vereisen meestal een grotere verlaging dan krachtsport. Dit is iets wat je zelf moet uitproberen. Krijg je een hypo? Dan kun je de volgende keer nog wat minder insuline toedienen.
Manier 3: verlaag je langwerkende of basale insuline
Je langwerkende of basale insuline is ook onderdeel van de hoeveelheid actieve insuline in je lichaam. Bij lange en intensieve sportsessie kun je ook je langwerkende of basale insuline verlagen. Dit geldt vooral voor lange duursporten, zoals wandel- en fietstochten.
Je kunt 1 tot 1.5 uur voor je begint, je basale insuline snelheid verlagen. Het is ook mogelijk om je pompt te pauzeren of af te koppelen. Dan krijg je even helemaal geen insuline. Let wel op dat je dit niet te lang doet ( max 1 uur), anders kom je in een hyper of heb je op een bepaald moment helemaal geen actieve insuline meer in je lichaam. Overleg dit eerst met je zorgverlener.
Voeding
De invloed van voeding op jouw lichaam.
Voeding geeft je de energie om te sporten en helpt je, samen met insuline, om je bloedglucosewaarden stabiel te houden. Zo kunnen koolhydraten, maar ook vetten en eiwitten, je bloedglucosewaarde laten stijgen. Er zijn twee verschillende soorten koolhydraten. Langzame koolhydraten zorgen voor een langzame stijging van je bloedglucosewaarde, en snelle koolhydraten voor een snelle stijging. Soms heb je extra (snelle) koolhydraten nodig om je bloedglucosewaarde stabiel te houden. Of en hoeveel extra koolhydraten je nodig hebt bij het sporten en bewegen, hangt af van de volgende dingen:
- Het soort activiteit
- Hoe lang en hoe zwaar je beweegt
- Je bloedglucosewaarde voordat je begint
- Je bloedglucosewaarde tijdens je activiteit
- (Het beheer van) je actieve insuline
Koolhydraten voor of tijdens het sporten
Bij duursporten en lange, intensieve activiteiten heb je soms extra koolhydraten nodig vóór en tijdens het sporten. Naast dat ze je energie geven, kun je ook extra koolhydraten nodig hebben om je bloedglucosewaarde stabiel te houden. Dit is vooral het geval wanneer je bloedglucosewaarde laag is of daalt (bijvoorbeeld bij duursporten), of als je veel actieve insuline in je lichaam hebt. Bij kracht- of combinatiesporten zijn extra koolhydraten minder vaak nodig. Wees in elk geval voorzichtig en neem niet te veel in een keer. Houd goed in de gaten welk effect de koolhydraten hebben op je bloedglucosewaarden.
Na het sporten of bewegen kan je bloedglucosewaarde dalen, omdat je lichaam dan gevoeliger is voor insuline. Koolhydraten en eiwitten eten na het sporten kan helpen om een hypo te voorkomen, ook tijdens het slapen. Nu je de drie factoren waar je invloed op hebt , kun je jouw sport- of beweegplan maken!
Kijk hier ook voor meer informatie:
Op reis met de insulinepomp
Regel een ‘vakantie insulinepomp’ (leenpomp)
Ga je naar het buitenland, dan kun je vaak een leenpomp aanvragen bij de fabrikant van je insulinepomp. ( Niet elke firma geeft een vakantiepomp, vraag dus ruim van te voren of dit mogelijk is). Gaat je insulinepomp stuk terwijl je op vakantie bent, heb je direct een reserve-exemplaar bij de hand of kan de firma een nieuwe bezorgen . Vergeet niet om je pompinstellingen mee te nemen (bv: foto op je telefoon van de laatste upload) , want in zo’n nieuwe pomp moet je natuurlijk wel jouw persoonlijke instellingen zelf invoeren. Heb je de leenpomp niet gebruikt, dan lever je hem na de vakantie weer in. Is er geen reservepomp dan zul je de insuline moeten spuiten.
Als je een periode moet overbruggen zonder pomp, dan heb je één maal daags langwerkende insuline nodig en bij de maaltijden snelwerkende insuline. Zorg dat je deze bij je hebt. Je kunt de snelwerkende insuline injecteren volgens de ratio’s die je normaliter in je pomp gebruikt . De totaal aantal eenheden basaal in je pomp van 1 dag wordt de dosering langwerkende insuline. Neem de pompinstellingen mee op reis!
Vergeet niet je diabetes materialen en medicatie mee te nemen, dus je teststrips, lancetten, infusiesets, glucosemeter, sensoren en insuline. Met een doktersverklaring waarin staat dat je al die materialen nodig hebt voor je diabetes, kunnen ze zonder problemen in je handbagage.
Mag de insulinepomp in het vliegtuig?
Met een insulinepomp kun je gewoon vliegen. Je mag met je pomp door het poortje van de metaaldetector, maar niet door een bodyscanner waarbij röntgenstralen gebruikt worden. Laat de douanemedewerker weten dat je een insulinepomp draagt. Je kunt dan de pomp afkoppelen en zelf door de scan lopen, of je wordt met een handscanner gecontroleerd. Een patchpomp kun je niet afkoppelen, daarmee kun je dus niet door een bodyscan.
Je pomp is prima bestand tegen het drukverschil in het vliegtuig. Door de lage druk bestaat wel de kans dat er luchtbelletjes in het slangetje ontstaan. Stijgt je bloedglucose, check dan eerst of het hierdoor komt.
Insulinepomp en tijdsverschil
Reis je naar een andere tijdzone, vergeet dan niet om bij aankomst de tijd in je pomp aan te passen naar de lokale tijd.
Insulinepomp op vakantie: zon & zwemmen
Bij warm weer heb je meestal minder insuline nodig. Ga je daarbij iets sportiefs doen (zoals zwemmen, mountainbiken of volleyballen) dan heb je nóg minder insuline nodig. ( zie hoofdstuk: lichamelijke inspanning)
Koppel je de pomp af, bijvoorbeeld als je gaat zwemmen, leg die dan ergens in de schaduw. Ga je lekker zonnen, dan kun je de pomp het beste onder een handdoekje leggen zodat de insuline niet in de directe zon ligt. Hetzelfde geldt trouwens voor je bloedglucosemeter: als die te heet wordt, werkt hij vaak niet. Laat je materiaal dus ook niet in de auto liggen, de temperatuur in de auto wordt fors hoger dan de buitentemperatuur.
Insuline bewaren op reis:
Niet te koud en niet te heet: insuline is best een lastig product om mee te nemen op vakantie. Zes handige tips om insuline goed te vervoeren en te bewaren, ook als er geen koelkast in de buurt is.
Tip 1: hoe lang mag insuline buiten de koeling?
Buiten de koelkast blijft insuline ongeveer vier weken goed. Bij hoge temperaturen (boven 30 graden) is de bewaartijd korter, en kan de werking verminderen. Ook met heel lage temperaturen (bijvoorbeeld op wintersport) moet je oppassen. Als insuline bevriest, verliest hij zijn werking!
Tip 2: hoe hou je insuline onderweg koel?
Ga je met de caravan of camper, dan kan de insuline gewoon in de koelkast. Let er wel op dat de insuline niet tegen de achterwand of het vriesvak aan ligt. Sommige auto’s hebben een gekoeld dashboardkastje, dat is ook een goede plek, zolang je onderweg bent. Je kunt de insuline ook in een koelbox doen, zolang de ampullen maar niet direct tegen de bevroren koelelementen liggen.
Een handige optie zijn de speciale koeltasjes voor insulinepennen en patronen en insulinepompen, bijvoorbeeld van FRIO of van Smart Cool’R. Een dergelijk tasje houdt insuline tot wel 45 uur koel.
Tip 3: kun je in het buitenland ook insuline krijgen?
Heb je onverwacht meer insuline nodig dan je hebt meegenomen, dan kun je in het buitenland bij de apotheek vaak ook insuline krijgen. Het is wel belangrijk dat je dezelfde insuline krijgt. Check daarom voor vertrek bij de fabrikant of de insuline ook op je vakantiebestemming verkrijgbaar is en zo ja, onder welke naam. Je hebt er wel een recept voor nodig. Je kunt eventueel aan je behandelaar vooraf een geprint recept te vragen; zo’n recept is geldig in alle EU-landen. Hoewel papieren recepten vaak worden geaccepteerd, is een elektronisch recept niet in alle EU-landen direct inwisselbaar.
Tip 4: insuline in het vliegtuig: waar moet je op letten?
Ga je vliegen, neem de insuline dan mee in de handbagage. In het ruim kan het soms vriezen en daar kan insuline niet tegen. Laat de insuline in de originele verpakking zitten en vermeld bij de security dat je diabetesmaterialen bij je hebt. Een medische verklaring kan hierbij handig zijn. Insuline mag gewoon door de scanner.
Tip 5: backpacken met insuline, hoe doe je dat?
FRIO-tasjes zijn een uitkomst als je insuline mee wilt nemen in je rugzak. Ze zijn licht en steeds opnieuw te gebruiken. Insuline kun je ook meenemen in een thermosfles die je twee keer per dag omspoelt met heel koud water. Rol de ampullen of penfills in een stukje papier/ doekje, zodat ze niet breken. Probeer de insuline tijdens je reis op een zo constant mogelijke temperatuur te houden. Dus niet steeds in en uit de koelkast als je ergens overnacht.
Tip 6: hoe weet je of insuline nog goed is?
Ziet de insuline er anders uit dan normaal, dan moet je hem weggooien. Bijvoorbeeld als er vlokjes of korreltjes zichtbaar zijn. Maar je kunt aan insuline niet altijd zien of hij nog werkzaam is. Gooi de insuline die mee op vakantie is geweest daarom bij thuiskomst weg, ook als de ampul of het flesje vol of nog niet leeg is. Twijfel je of je insuline bevroren is geweest? Ook dan geldt: weggooien.
Wat u moet doen bij een lage bloedsuikerwaarde, bij diabetes mellitus
Lage bloedsuikerwaarde bij een insulinepomp
Opvangen hypo bij insulinepomp, bij diabetes mellitus
Hypoglycaemie is een bloedsuiker lager dan 3.5 mmol/l. Bij voorkeur gemeten met een vingerprik, deze is het betrouwbaarst.
Probeer de oorzaak van de hypoglycemie te achterhalen!
Hoe te handelen = hypo opvang
Bloedsuiker lager dan 4 mmol/l voor maaltijd:
- 3.5-4.0 mmol/l geen dextro à direct eten
- 3.0-3.5 mmol/l = 3 Dextro of 20 ml ranja, (geen suikervrije)
- Lager dan 3.0 mmol/l = 6 Dextro of 40 ml ranja ( geen suikervrije)
Na 20 minuten bloedsuiker meten (vingerprik). Is deze nog steeds lager dan 3.5 mmol/l dan nogmaals hypo opvangen.
Wanneer glucose hoger dan 4 mmol /l dan hoeveelheid insuline berekenen volgens boluscalculator.
Bloedsuiker lager dan 4.0 mmol/l op andere tijden:
Hypo opvangen volgens hypoprotocol, dat wil zeggen:
6 Dextro tabletten of 40 ml ranja.
Na 20 minuten bloedsuiker meten (vingerprik). Is deze nog steeds lager dan 4.0 mmol/l dan nogmaals hypo opvangen.
Wanneer de bloedsuiker hoger dan 4 mmol/l is:
- Als de volgende maaltijd binnen 2 uur plaatsvindt = geen actie
- Als de volgende maaltijd na meer dan 2 uur is, dan 15 gram langzame koolhydraten nemen in de vorm van een snee brood met hartig beleg, of een snee ontbijtkoek, of een portie fruit of een kommetje vla.
- Als je nog gaat sporten/ bewegen ; zie hoofdstuk: “lichamelijke inspanning”
Bloedsuiker lager dan 2.5 -> pomp stop zetten
Pomp weer starten bij een bloedsuiker hoger dan 6.0 mmol/l.
Wat u moet doen bij een hoge bloedsuikerwaarde bij een insulinepomp
Een hoge bloedsuikerwaarde
Handelen bij hyperglycemie bij insulinepomp (met infusieset of patchpomp)
Hyperglycaemie is een bloedsuiker hoger dan 15 mmol/l. Bij voorkeur gemeten met een vingerprik, deze is het betrouwbaarst.
Probeer de oorzaak van de hyperglycemie te achterhalen!
Misselijkheid of braken = bellen
Ten gevolge van de pomp:
- Alarmen controleren;
- Reservoir leeg of beschadigt;
- Pomp staat (te lang) stop;
- Canule geknikt of eruit: ruik of voel je insuline op de huid?
- Batterij leeg van pomp of afstandsbediening;
Niet ten gevolge van de pomp:
- Meer koolhydraten gegeten en/of te weinig ingevoerd;
- Ziekte (koorts, griep, infectie);
- Minder lichaamsbeweging t.o.v. normaal;
- Stress;
- Medicatie;
- Betrouwbaarheid glucosesensor;
Hoe te handelen:
1. controleren:
- Bloedglucose controleren (vingerprik);
- Check alarmen van de pomp;
- Zit de infuusset/ insulinepod niet goed, dan vervangen;
- Evt. lucht in katheter verwijderen;
2. Bolus calculator gebruiken om correctiebolus te geven:
3. Twee uur na toedienen correctie bolus, bloedglucose meten met vingerprik.
als het niet voldoende gedaald is(bloedglucose moet 30% van de gemeten waarde zijn gedaald, bloedglucose is bv 30 mmol/l, dan moet de bloedglucose dus 10 mmol/l zijn gedaald) dan :
- Correctie geven met insulinepen. (Volgens berekening boluscalculator.) bij een volgende bolus via de pomp wel rekening houden met dosering van insulinepen, deze komt namelijk niet in de pomp te staan.
- Infuusset/ insulinepod vervangen als deze nog niet werd vervangen
- Na twee uur opnieuw de bloedglucose meten;
- Bij een volgende bolus wel rekening houden met de dosering van insulinepen
- Voldoende water drinken.
Insulinepomp afkoppelen
Wanneer mag een insulinepomp afgekoppeld worden?
Er zijn momenten dat je even zonder pomp wil zijn, bijvoorbeeld tijdens zwemmen of sauna bezoek.
Direct na de maaltijd waarbij een maaltijdbolus is gegeven kan de pomp tot 2 uur worden afgekoppeld. Bij een waarde > 7.0 mmol/l is het verstandig om extra kortwerkende insuline subcutaan toe te dienen met de insulinepen of de pomp weer aan te koppelen. Er moet rekening gehouden worden met de tijd dat de pomp was afgekoppeld, en of er gemiste basale insuline moet worden ingehaald.
Meet de glucosewaarde regelmatig en corrigeer als het nodig is via de boluscalculator.
Bij sporten/ bewegen zie hoofdstuk: Lichamelijke inspanning
Als de pomp met infuusslang weer wordt aangesloten dan altijd de katheter ontluchten.
Ziekte en een insulinepomp
Ziekte
Vaak hebt u al verhoogde bloedglucosewaarden voordat u ziek wordt.
Laat uw pomp altijd basaal insuline toedienen, ook als u niet in staat bent om te eten.
Begin direct met controleren van uw bloedglucoseswaarden zo gauw u zich ziek voelt. Bij bloedglucosewaarde > 15.0 mmol/l, dan controleren middels vingerprik.
Controleer iedere twee uur, 24 uur per dag en corrigeer met insuline via de boluscalculator. Volg dan het schema handelen bij hyperglycaemie bij insulinepomp
Probeer uitdroging te voorkomen, door regelmatig te drinken.
Bij koorts:
Is de oorzaak van de koorts bekend? Denk hierbij aan urineweginfectie, luchtweginfectie, wondjes, griep. Wordt dit al behandeld door huisarts of internist?
Als u koorts heeft, is de kans op een ketoacidose ( verzuring van het lichaam) vergroot.
Controleer daarom uw bloedglucosewaarden zoals hierboven beschreven.
Verhoog als het nodig is tijdelijk de basale stand in overleg met uw behandelaar.
Let goed op teken van ketoacidose: Misselijkheid/ braken in combinatie met glucose 15 mmol.
Probeer uitdroging te voorkomen, door regelmatig te drinken.
Moet u braken of heeft i diarree?
Braken is bellen. Overleg met uw behandelaar is noodzakelijk!! Controleer voordat u gaat bellen altijd uw bloedglucosewaarde middels vingerprik.
Heeft u last van hypoglycaemie, bloedglucoseswaarde < 4.0 mmol/l?
Drink thee met suiker of neem dextro.
- Probeer biscuits of crackers te eten
Verlaag tijdelijk de basaalstand.
Dextro in de mond wordt ook via de slijmvliezen opgenomen.
De insulinepomp wordt vaak gebruikt samen met een glucosesensor.
Verschil in soorten sensoren.
- manier van inbrengen
- gebruiksduur
- afmeting/vorm
- wel of niet met pomp te koppelen
- vergoedingscriteria
Overeenkomst van sensoren:
De sensorwaarde kan alleen worden vergeleken met een glucosemeting via vingerprik, als voor een maaltijd wordt gemeten. De sensor laat een vertraging van ongeveer 5 min zien t.o.v een vingerprik . Dit is na een maaltijd erg bepalend voor de glucosewaarden
- Bij hoge glucosewaarden of lage glucosewaarden is de vingerprik betrouwbaar en de sensor minder betrouwbaar.
Vragen en bereikbaarheid
Bij vragen of problemen rondom de behandeling met insulinepomptherapie kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de diabetesverpleegkundige. Dit kan via de secretaresse van de polikliniek Interne Geneeskunde. Het telefoonnummer ziet u onderaan deze informatie.
Als het geen spoed is, kun t u een mail sturen naar diabetesverpleegkundigen@viecuri.nl. Vermeld altijd uw naam en geboortedatum in de mail.
Voor dringende vragen of problemen rondom de behandeling met insulinepomptherapie buiten kantooruren, die niet kunnen wachten tot kantooruren, kunt u bellen met de receptioniste van VieCuri Medisch Centrum via telefoon nummer 077- 320 55 55. U mag vragen naar een verpleegkundige van afdeling Interne Geneeskunde die zal overleggen met een arts assistent interne of een internist.
Betekenis moeilijke woorden
- Koolhydraten: Zetmeel, suikers en vezels. Koolhydraten geven het lichaam energie. Net als eiwitten en vetten.
- Subcutaan: Subcutaan betekent onder de huid. Bij een subcutane injectie wordt de vloeistof in het onderhuidse vetweefsel gebracht.
Linkjes
- https://www.viecuri.nl/disclaimer-patienteninformatie
Contact
Opmerkingen
Ziet u een typfout, een taalkundige fout, of heeft u moeite met de leesbaarheid? Ziet u teksten of afbeeldingen met auteursrechten die wij niet hebben vermeld?
Stuur een e-mail (+ link van de pagina) naar communicatie@viecuri.nl en we zoeken een passende oplossing.
Disclaimer
Deze informatie is algemeen en geen behandeladvies. De informatie is ook geen vervanging van de afspraken die tussen patiënt en zorgverlener zijn gemaakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. VieCuri kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van mogelijke onjuistheden. Bekijk hier de uitgebreide disclaimer.1