Patiënt in wachtruimte

Beroepen uitgelicht

Datum: 22 februari 2018

Op 6 en 8 maart van 18.00 – 21.15 uur organiseert VieCuri een Beroepenavond waar middelbare scholieren en hun ouders kennis kunnen maken met verschillende beroepen in het ziekenhuis. Hier vind je alvast een voorproefje van de verschillende functies.

 

Voor meer info ga je naar www.viecuri.nl/beroepenavond.

 

Medische instrumentatietechnicus: goede afstemming

Wat is nou precies een Medische instrumentatietechnicus? Met dit beroep ben je bezig met de technische werkzaamheden aan de medische apparatuur in het ziekenhuis. Het onderhoud aan de medische apparaten plan je zelf met de afdelingen in. Als er een storing aan een apparaat is, repareer je dit.Bij dit beroep hoort ook een registratie van alle werkzaamheden. Alles wordt nauwkeurig bijgehouden. Daarnaast is het belangrijk dat je tegen druk kunt; soms krijg je terwijl je met een opdracht bezig bent een andere opdracht. Je bent dan zelf verantwoordelijk voor de prioritering van je werk en de afstemming hierover met de afdelingen. Voor dit beroep moet je nauwkeurig, servicegericht en technisch aangelegd zijn. Je hebt veel contact met mensen, van de medewerkers tot de patiënten. Het is dus belangrijk dat je communicatief vaardig bent. De techniek verandert snel, er valt altijd een uitdaging uit te halen. Er is dus veel afwisseling bij dit beroep.

 

CSA: reinigen volgens protocol

Op de Centrale Sterilisatie Afdeling (CSA) worden de instrumenten die gebruikt zijn tijdens operatieve ingrepen gereinigd, gedesinfecteerd en het belangrijkste; gesteriliseerd. CSA-medewerkers werken niet direct met de patiënt, maar zeker wel voor de patiënt. Alle instrumenten die gebruikt worden bij een operatie of ingreep, worden op de CSA-afdeling verwerkt en zo aangeboden dat er veilig geopereerd kan worden en de patiënt geen of nauwelijks risico loopt om een infectie te krijgen. Alle werkzaamheden gaan volgens protocol. Daarom is het belangrijk dat je voor dit beroep secuur te werk kan gaan en volgens protocol kan werken. Nadat de binnengekomen instrumenten in de wasmachine zijn geweest, wordt de functionaliteit gecontroleerd. Sommige instrumenten moeten na de reiniging opnieuw gemonteerd worden. Dit vereist kennis en technische aanleg is handig. De instrumenten worden vervolgens volgens protocol verpakt en de autoclaaf ingeschoven. Een autoclaaf is een soort grote oven waar alle instrumenten worden gesteriliseerd. Daarna wordt alles naar de afdelingen gebracht.

 

Binnen VieCuri bestaat de afdeling CSA uit een team van 24 mensen. Communicatie en een goede overdracht van werkzaamheden zijn daarom erg belangrijk. Er mag geen miscommunicatie optreden. Daarnaast moet je goed in teamverband en zelfstandig kunnen werken.  

Medisch Nucleair medewerker: onderzoek met radioactieve stoffen

Nucleaire geneeskunde is een medisch specialisme waarbij je patiënten onderzoekt met behulp van radioactieve stoffen. In opdracht van een specialist maak je opnamen van het lichaam of een deel daarvan. Aan de hand hiervan kun je een diagnose stellen. Een specialisme dat een sterke relatie heeft met de nucleaire geneeskunde, is de radiotherapie. Vind je techniek boeiend en vind je werken met mensen interessant? Dan is dit beroep wellicht wat voor jou.


Radiodiagnostisch Laborant: stralen en golven

Radiologie houdt zich bezig met het opzoeken van de aard en de plaats van een ziekte, letsel of aandoening door middel van stralen of golven. De meest gebruikte stralen zijn de röntgenstralen of X-stralen (röntgenfoto's, CT-scan). Maar tegenwoordig wordt er ook meer en meer gebruikgemaakt van geluidsgolven (echografie) en magnetische velden (NMR, MR of MRI-scan).

 

Je bent een hbo-opgeleide medewerker van de afdeling Radiologie die apparaten zoals een conventionele röntgenapparatuur, CT-scanner, MRI-scanner bedient. Voor dit beroep moet je zelfstandig kunnen werken, handig zijn met computers en van afwisseling houden. Wanneer je techniek boeiend vindt en je graag werkt met ernstig zieke patiënten of slachtoffers van een zwaar ongeluk is dit beroep iets voor jou!

 

Medische Microbiologie: de grote wereld van kleine organismen

Als medisch microbiologisch analist zoek je naar ziekteverwekkende micro-organismen en bepaal je de eventuele resistentie (gevoeligheid) ervan. Je kweekt bacteriën, toont antigenen en/of antistoffen aan en met behulp van moleculaire testen toon je DNA aan. Om deze werkzaamheden te verrichten is het noodzakelijk dat je zorgvuldig kunt werken en collegiaal bent. Goed communiceren met je collega’s binnen dit vakgebied is belangrijk. Wanneer je bezig bent met een onderzoek moet je informatie goed over kunnen brengen. Hier mag geen miscommunicatie ontstaan. Het is een afwisselend beroep. Je werkt steeds met verschillend patiëntmateriaal waarmee je onderzoek doet. De tests zijn deels handwerk en deels geautomatiseerd. Je hebt als medisch microbiologisch analist te maken met andere afdelingen zoals het Klinisch Chemisch Hematologisch Lab (KCHL), pathologie en Infectie Preventie (IP).


Analist Klinische Chemie (KCHL): testen en onderzoeken

Jij bent diegene die onderzoek verricht naar lichaamsstoffen zoals urine, bloed, weefsels en cellen. Je kijkt of de lichaamsstoffen bepaalde bacteriën, virussen of afwijkingen vertonen. Ook doe je tests waarmee je kunt zien hoe de patiënt reageert op bepaalde medicijnen. De uitkomsten meld je aan een arts die zijn patiënt daarna verder kan behandelen.

Medewerker keuken/restaurant: van A tot Z

Samen met collega’s zorg je voor het bereiden van diverse gerechten, portioneren, de afwas en schoonmaakwerkzaamheden in de keuken en het restaurant. Tijdens de dagdienst open je het restaurant en is het belangrijk dat alles er netjes uitziet; het gaat tenslotte om de presentatie van het restaurant. Nadat het restaurant geopend is, bereid je de broodjes voor de lunch voor. Alles moet natuurlijk ook weer opgeruimd en aangevuld worden. Bij de late dienst help je de kok met het bereiden van eten, het aanvullen en bestellen van producten en natuurlijk ook met het opruimen van gebruikte spullen. Als het restaurant gaat sluiten is het jouw taak dat het restaurant netjes achtergelaten wordt.

 

In het restaurant kunnen ook feesten gegeven worden, zoals een jubileum. Wanneer er een feest is, is het aan jou dat alles besteld, klaargemaakt en vervolgens ook weer opgeruimd wordt. Het is belangrijk dat de horeca je echt ligt en dat je communicatief bent. Ook heb je veel contact met gasten; een goede uitstraling is daarom belangrijk.


Voedingsassistent: de juiste voeding bij het juiste ziektebeeld

Als voedingsassistente ben je bezig met patiënten en hun verschillende diëten. Het is jouw taak dat de juiste voeding en drank bij de patiënt komt. Indien nodig help je de patiënt bij het eten en drinken. Het is een heel afwisselend beroep: iedere dag heb je te maken met nieuwe patiënten en ziektes. Het is belangrijk dat je goed om kunt gaan met patiënten die net een slechte uitslag hebben gekregen, je kunt echt meeleven. Omdat je zoveel persoonlijk patiëntencontact hebt, is het dankbaar werk. Verder is het belangrijk kennis te hebben van verschillende ziektebeelden, hier blijf je scholing in volgen. Dus sociale en geduldige scholieren, dit beroep is zeker iets voor jullie!


Beveiliger: spil in het ziekenhuis

Beveiliging in een ziekenhuis is meer dan alleen het controleren  van het parkeren. Je moet sterk in je schoenen staan, goed om kunnen gaan met emoties en situaties goed in kunnen schatten. In het ziekenhuis voert de beveiliger taken uit die kunnen variëren van het gastvrij ontvangen van bezoekers en patiënten, tot het ingrijpen bij agressieve situaties. Vooral dit laatste en het voorkomen van escalaties vraagt tact en ervaring. De beveiliging maakt de rondes door het hele ziekenhuis, binnen en buiten. Buiten kantooruren zijn de beveiligers de spil van het ziekenhuis waardoor ze met alle afdelingen te maken hebben. Een leuk, uitdagend en afwisselend beroep!

 

Fysiotherapeut: lichamelijke klachten draagbaar maken

Als fysiotherapeut begeleid je patiënten met verschillende lichamelijke klachten door samen oefeningen te doen. Een behandeling begint met een vraaggesprek met de patiënt en een onderzoek. Je stelt een behandelplan op en bespreekt deze met de patiënt. Het doel van het behandelplan kan bijvoorbeeld zijn het beweeglijk maken van gewrichten en pijnvermindering zodat de patiënt weer kan werken of sporten. 

 

Als fysiotherapeut kun je naast het ziekenhuis ook werkzaam zijn in een bewegingshuis, revalidatiecentrum en verpleeghuis, maar ook in particuliere praktijken, bij sportverenigingen en in het buitengewoon of speciaal onderwijs. 

 

Ergotherapeut: een zo’n goed mogelijk kwalitatief leven

Als ergotherapeut help je mensen met een beperking in het dagelijks leven. Je begeleidt en behandelt patiënten die door psychische of lichamelijke problemen niet meer kunnen leven zoals ze dat zouden willen. Je baseert je op de wetenschappen van de ergotherapie en hanteert Evidence Based Practice (EBP). EBP is het uitvoeren van een handeling op zo'n wijze dat de uitvoering is gebaseerd op de best beschikbare informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid. Ben je vindingrijk en creatief? En heb je geduld? Dan is dit beroep wellicht wat voor jou. 

 

Longfunctieanalist: goede combinatie van zorg en techniek

Het is een heel afwisselend beroep: het ene moment onderzoek je patiënten waarbij je ze moet stimuleren en coachen om goed resultaat neer te zetten en het andere moment assisteer je de arts bij een bronchoscopie (onderzoek van de luchtwegen). Bij een bronchoscopie schuift de longarts de bronchoscoop voorzichtig door de neus of mond de keel in, via de luchtpijp naar de bronchiën. Kleine stukjes weefsel kunnen worden weggenomen voor nader laboratoriumonderzoek. Ook gebruik je dagelijks verschillende apparaten om longfuncties te meten. Elke dag is anders. Je ziet verschillende patiënten; het is daarom erg belangrijk om communicatief te zijn. Als je geïnteresseerd bent in de zorg maar ook van techniek houdt, is dit de ideale combinatie! 

 

Hartfunctielaborant: hart voor onderzoek

Wanneer een persoon last heeft van hartklachten gaat deze naar de cardioloog. De cardioloog wil weten of er daadwerkelijk hartklachten zijn en zo ja, waardoor de klachten ontstaan. De klachten kunnen veroorzaakt worden door een slechte doorbloeding (aderverkalking, of erger; hartinfarct), maar er kan ook een probleem zijn van het hart zelf, bijvoorbeeld lekkende hartkleppen. Soms hebben mensen last van hartkloppingen en klopt het hart niet regelmatig of te snel.


Met een inspanningstest kijk je of het hart bij inspanning  genoeg zuurstof opneemt. Is dit niet zo dan kan er bijvoorbeeld een ader aan het dichtslippen zijn. Een ander onderzoek is een holterkastje, hierbij wordt het hartritme gemonitord. Daarnaast kun je een echo uitvoeren om te kijken of het hart goed samenknijpt en of de hartkleppen nog goed functioneren. Als hartfunctielaborant voer jij deze onderzoeken uit. Je moet  de patiënt goed kunnen motiveren en stimuleren; daarvoor is inlevingsvermogen nodig en moet je communicatief zijn. De patiënt moet zich op zijn gemak voelen om het onderzoek goed te kunnen doen. Verder moet je interesse hebben voor techniek. 


Als je begint aan de opleiding ben je na twee jaar basislaborant; je doet dan de fietstesten en je hangt de holterkastjes aan. In het derde jaar ga je je verder specialiseren. Je kunt dan kiezen je verder te verdiepen in het maken van echo’s, het uitlezen en instellen van pacemakers of het uitlezen van holters. Als hartfunctielaborant werk je met meerdere afdelingen, zoals de hartbewaking, verpleegafdeling en hartkatheterisatiekamer (waar patiënten worden gedotterd) samen. 


Klinische Neurofysiologie (KNF): stoornissen, zenuwstelsel en bloedvoorziening hersenen

Op de afdeling Klinische Neurofysiologie (KNF) vinden onderzoek plaats naar stoornissen in het functioneren van de hersenen, de zenuwen en de spieren. Als je hier werkt als laborant stel je aan de hand van onderzoek diagnoses stellen bij neurologische klachten. Dit leg je vast in een verslag. Voor het werk is zorgvuldigheid van groot belang. De onderzoeken zijn niet zonder risico: je moet de gezondheidstoestand van de patiënt voortdurend in de gaten houden. Je werkt daarbij met de hoogontwikkelde elektronische apparatuur. Voor dit beroep moet je een gespecialiseerde Hbo-opleiding hebben gevolgd, bijvoorbeeld Biometrie aan Zuyd Hogeschool.  

 

Psychologisch medewerker: neuropsychologisch onderzoek

Als psychologisch medewerker in het ziekenhuis krijg je patiënten doorgestuurd vanuit een medisch specialist binnen het ziekenhuis. De patiënten hebben allemaal iets medisch; denk hierbij aan een hersenbloeding of dementie. Onder jouw werkzaamheden hoort voor een groot deel neuropsychologisch onderzoek. Dit is het in kaart brengen van het gedrag en cognitief functioneren van een patiënt. Je voert zorgvuldig onderzoeken bij de patiënt uit. Bij het uitwerken van je onderzoek neem je ook een observatieverslag en scores van diverse tests mee. De resultaten koppel je terug naar de psycholoog.

 

Voor dit beroep moet je patiënten goed kunnen stimuleren en motiveren en op hun gemak kunnen stellen. Het is namelijk belangrijk dat de patiënt het onderzoek zo goed mogelijk kan doen. Dit vraagt ook om inlevingsvermogen. Soms kan een onderzoek afnemen lang duren, dan is het onder andere belangrijk dat je geduldig blijft.

 

Verder houden psychologisch medewerkers bij of testmateriaal nog up-to-date is, geven ze cognitieve- en relaxatietraining en werken ze mee aan wetenschappelijk onderzoek.

 

Psycholoog: relatie psychologisch welbevinden en fysieke gezondheid

Bij de medische psychologie komen patiënten van alle leeftijden die doorverwezen worden door een medisch specialist, zoals een oncoloog, cardioloog, neuroloog of geriater, binnen het ziekenhuis. De patiënten ervaren bijvoorbeeld psychische klachten die kunnen samenhangen met lichamelijke problemen. Denk aan patiënten met MS of diabetes die moeite hebben met het omgaan met hun chronische lichamelijk aandoening, personen die angstig zijn na het hebben van een hartaanval en personen die geheugenklachten ervaren wat mogelijk wijst op dementie. Daardoor werk je als medisch psycholoog op het grensvlak van de psychologie en geneeskunde.

 

Het beroep medisch psycholoog bestaat uit verschillende taken. Eén van deze taken is het afnemen van intakegesprekken bij patiënten. Tijdens dit gesprek bekijk je wat de klachten zijn en waarmee de patiënt geholpen wil worden. Hierna voer je eventueel een (neuro)psychologisch onderzoek uit. Vervolgens geef je een advies over hoe het verder gaat en kunnen behandelingsgesprekken volgen. Goed contact maken met de patiënt is hierbij belangrijk. Daarnaast rapporteer je gesprekken en schrijf je brieven aan de verwijzer over wat er gedaan en besproken is met de patiënt. Ook vindt multidisciplinair overleg plaats met andere afdelingen binnen het ziekenhuis, zoals de geriatrie, om het vervolgtraject te bespreken. Patiënten en werkzaamheden kunnen ook op de afdeling met collega’s worden besproken tijdens de zogenaamde intervisie. Zo kun je bijvoorbeeld advies vragen bij collega’s. Als medisch psycholoog kun je je ook bezighouden met het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. 

 

Farmaceutisch analist: zoektocht naar het onbekende

Als klinisch farmaceutisch analist voer jij zelfstandig geneesmiddelenanalyses uit voor therapiecontrole of toxicologie (studie van de werking van giftige stoffen). Dit doe je door het testen van bloed of urine. Je gebruikt hier verschillende analysemethodes en detectietechnieken voor. Daarnaast verricht en ontwikkel je analyses ter beoordeling van de kwaliteit van geneesmiddelen, grondstoffen en halffabricaten. Je hoeft geen scheikundewonder te zijn voor dit beroep, maar wel interesse in scheikunde hebben. Je werkt als farmaceutisch analist heel zelfstandig. Wanneer jij aan het werk bent, kan het weleens zijn dat je een probleem hebt met een apparaat. Het is handig als je dan feeling hebt voor apparatuur zodat het weer snel aan de praat is. Voor dit beroep is het belangrijk dat je collegiaal bent en beschikt over goede communicatieve vaardigheden. Farmaceutisch analist is een spannend beroep, je onderzoekt het onbekende. Als voorbeeld: er komt iemand op de Spoedeisende Eerste Hulp binnen met een geneesmiddelenintoxicatie (overdosis). Dan is het jouw taak om op zoek te gaan naar wat diegene binnen gekregen heeft. Geen dag is hetzelfde. Elke dag worden er in de wereld nieuwe geneesmiddelen uitgevonden waarvoor je analyses moet ontwikkelen. Het werkveld verandert daarom snel. Voor dit beroep kan het zijn dat je soms ‘bereikbaarheidsdienst’ hebt. Dit betekent dat wanneer de rest bijvoorbeeld slaapt, jij nog gebeld kan worden voor een dienst.

 

Ziekenhuisapotheker: juiste inzet van medicijnen

Het werken als ziekenhuisapotheker is zinvol werk. Met jouw kennis van geneesmiddelen kun je levens redden en het leven van patiënten beter maken. Uitzoeken welk medicijn het beste past bij een patiënt is soms een puzzel, maar als je een patiënt of een arts goed hebt kunnen helpen, geeft dat veel voldoening. Het werk als apotheker is heel belangrijk en brengt veel verantwoordelijkheden met zich mee. Je bent er verantwoordelijk voor dat alle patiënten op een veilige manier medicatie gebruiken. Het vak van apotheker is dus ook zeker geen 9-tot-5-baan. Je moet hierin flexibel kunnen zijn.

 

Vaak vind je in een ziekenhuis twee apotheken. De ziekenhuisapotheek en de poliklinische apotheek. De ziekenhuisapotheek zorgt voor de medicijnen van patiënten die in het ziekenhuis zijn opgenomen. Samen met de specialisten en verpleegkundigen zie je erop toe dat de patiënt op de juiste tijd het juiste geneesmiddel krijgt toegediend.  Een poliklinische apotheek levert de medicijnen die patiënten thuis gaan gebruiken. Geneesmiddelen worden soms zelf door VieCuri bereid.

 

Als apotheker speel je een belangrijke rol bij het in kaart brengen van het medicatiegebruik van een patiënt. Je controleert het recept van de arts, bekijkt of het voorgeschreven middel goed samen gaat met andere medicijnen en bepaalt de juiste dosering op basis van de gegevens van de patiënt. Ook adviseer je artsen, verpleegkundigen en patiënten over de keuze van een geneesmiddel of het juiste gebruik ervan. Naast de dagelijkse medicatiebewaking ben je voortdurend bezig om de processen in de apotheek zo soepel mogelijk te laten verlopen zodat de patiënt op de juiste tijd het juiste geneesmiddel krijgt toegediend. Zo ondersteun je bij een goed gebruik van medicijnen, zowel binnen als buiten de muren van het ziekenhuis.

 

Apothekersassistent: secuur bereiden van medicatie

Een apothekersassistent doet secuur, afwisselend en verantwoordelijk werk. Een apothekersassistent die werkzaam is in een ziekenhuisapotheek is medeverantwoordelijk voor zowel de medicatiebewaking van iedere patiënt als voor de voorziening van de geneesmiddelen. Collegialiteit is erg belangrijk aangezien je met veel mensen samenwerkt. De omvang en structuur van het werk brengen met zich mee dat je flexibel moet zijn. Als je als apothekersassistente werkt, kun je ingezet worden voor het bereiden van cytostaticakuren (chemokuur), voedingsinfusen en voor alle andere bereidingen met betrekking tot de individuele patiënt, zowel voor steriel als niet-steriele geneesmiddelen. Ook de zogenaamde voorraadbereidingen, zoals bepaalde injecties, infusen, zalven etc. maken onderdeel uit van je werkzaamheden. Naast de dagelijkse basiswerkzaamheden kun je ook gevraagd worden om andere taken te vervullen om de hele organisatie goed te laten verlopen. Denk aan het invoeren van het nieuwe automatiseringssysteem, het samenstellen van werkinstructies of afdelingscontroles. Door de combinatie van deze verschillende taken is het werk erg afwisselend en boeiend. Buiten kantooruren en in de weekenden heeft een ziekenhuisapotheker samen met een apothekersassistente bereikbare dienst waardoor je soms in het weekend beschikbaar moet zijn.

 

Operatieassistent: instrumenteren, assisteren en omlopen

Als operatieassistent bereid je de operatie voor, opereer je mee en geef je nazorg aan de patiënt tot de overdracht naar de Recovery. Je controleert voor de operatie de benodigde apparatuur en zet alle instrumenten en steriele materialen klaar. Het is belangrijk dat je op de hoogte bent van de operatietechnieken en de nieuwste innovaties die in het ziekenhuis gebruikt worden. Werken in teamverband is belangrijk bij dit beroep. De taken van een operatieassistent worden verdeeld in drie onderdelen: Instrumenteren, assisteren en omlopen.
1. Bij het instrumenteren geef je de specialist op het juiste moment de benodigde instrumenten/apparatuur aan. Het is belangrijk dat je het operatieverloop kent. Je bewaakt de steriliteit van de operatie en kunt inspelen op plotselinge veranderingen.
2. Als assisterende help je de specialist, zorg je voor overzicht en houd je de wond open, neem je klemmen af van bloedvaten, knoop je hechtingen en knip je hechtingen af.
3. Als ‘omloop’ ben je de schakel tussen het team dat steriel staat en de rest. Jouw taak is materialen aangeven aan de instrumenterende. Ook let je op het operatieverloop. Omdat je niet steriel staat kun je ook andere zaken doen zoals materialen halen, invoer op de computer en de telefoon aannemen.

 

Anesthesiemedewerker: assisteren en bewaken van vitale functies 

Als anesthesiemedewerker assisteer je de anesthesioloog bij het toedienen van anesthesie (verdoving) en bewaak je de vitale functies van een patiënt. Onder eindverantwoordelijkheid van de anesthesioloog voer je handelingen en taken uit. Dit betekent dat je voor de operatie de benodigde apparatuur controleert en alle benodigde medicatie en materialen klaarzet. Je hebt veel contact met de patiënt; zo heb je contact voor de ingreep en in sommige gevallen ook tijdens de ingreep. Bijvoorbeeld als de patiënt niet “slaapt” maar wel pijnvrij gehouden wordt. Jouw taak als anesthesiemedewerker is het bewaken van de “vitale functies” zoals hartslag, ademhaling en bloeddruk. Ook zorg je voor voldoende medicatietoediening. Bij veranderingen moet je snel kunnen reageren en stel je de anesthesioloog op de hoogte. Alles wat jij en de anesthesioloog doen, registreer je in het verslagleggingssysteem.

  

Logistiek medewerker: elke dag in contact met verschillende zorgafdelingen

Logistiek medewerker is een afwisselend beroep: elke dag kom je in contact met verschillende zorgafdelingen. De voorraadruimtes op de afdelingen controleer je met een scanner om te kijken of er nog voorraad nodig is. Er worden weekplanningen gemaakt om een goed overzicht te houden van wat wanneer gebeurt. Wanneer goederen binnenkomen, controleer je deze. Na het controleren worden de goederen gesorteerd. Je kijkt dan of de goederen de opslag ingaan of meteen doorgaan naar de afdeling. Dit is nauwkeurig werk, er zitten namelijk steriele en niet-steriele goederen tussen.

 

Medewerker Intern Transport: ontzorgen van afdelingen

Medewerker Intern Transport is echt een beroep voor jou als je goede sociale vaardigheden hebt en je graag wilt aanpakken. Je hebt contact met alle afdelingen in het ziekenhuis. Je brengt alles van A naar B; denk hierbij vooral aan transport van voeding, linnen en goederen. Ook de afvalverwerking behoort tot jouw taak. Zo ontzorg je de afdelingen.

Bijeenkomst beroepenavond
Scroll voor meer informatie